Vertaling van exploit

Inhoud:

Engels
Nederlands
exploit, feat {zn.}
heldendaad [v]
to exploit, to utilize, to leverage, to take advantage of, to work {ww.}
uitbuiten
uitmelken
exploiteren
to exploit, to tap {ww.}
uitbaten
exploiteren
to exploit, to tap {ww.}
benutten
utiliseren
profiteren
to exploit, to work {ww.}
uitzuigen
uitbuiten
exploiteren
uitknijpen
uitpersen
to exploit, to tap {ww.}
aanboren
to exploit, to tap {ww.}
aanspreken
to exploit, to overwork {ww.}
nawerken
overwerken
effort, exploit, feat {zn.}
tour de force
krachttoer [m] (de ~)
effort, exploit, feat {zn.}
daad [m] (de ~)

Gerelateerd aan exploit

feat - utilize - leverage - take advantage of - work - tap - overwork - effortexploit - apply - bore - assign - do work - accomplishment - act