Vertaling van fair

Inhoud:

Engels
Nederlands
fair, just, righteous, equitable, legitmate {bn.}
billijk 
fair
rechtvaardig
fair, market, festival, fête, trade fair {zn.}
markt 
jaarbeurs
kermis
I saw you-know-who at the market today.
Ik zag je-weet-wel vandaag op de markt.
At the market such cheese costs only five euro something per kilo.
Op de markt kost zulke kaas maar vijf euro zoveel per kilo.
fair, tidy {bn.}
aardig 
niet onbeduidend
fair, kermis, village fair {zn.}
kermis
beautiful, fine, handsome, lovely, fair, pretty {bn.}
fraai
mooi 
knap 
net
schoon 
blond, fair, fair-haired {bn.}
blond 
bazaar, fair, market {zn.}
markt  [v]
bazaar  [m]
marktplaats [v]
For years he is at the market every Tuesday morning with his fish stall.
Sinds jaar en dag staat hij iedere dinsdagmorgen op de markt met zijn viskraam.
At the market where I bought the vegetables, you can also buy flowers.
Op de markt waar ik de groenten heb gekocht kan je ook bloemen kopen.
neat, fair, clear-cut, spruce {bn.}
net
duidelijk 

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Let's be fair.

Laat ons eerlijk zijn.

After rain comes fair weather.

Na regen komt zonneschijn.

All is fair in love and war.

In liefde en oorlog is alles geoorloofd.

She works in a Fair Trade Shop.

Ze werkt in een wereldwinkel.

His advice to us was that we should play fair.

Hij raadde ons aan sportief te spelen.