Vertaling van fellow-

Inhoud:

Engels
Nederlands
co-, fellow- {zn.}
samen 
aaneen-
aaneen
co-
samen-
chap, fellow, guy, person {zn.}
persoon 
vent 
kerel 
knul
sujet 
snuiter
Who is this guy?
Wie is deze vent?
That guy is two-faced.
Die kerel is dubbelhartig.
fellow, man, guy, male, bloke {zn.}
man  [m]
manspersoon [m]
vent  [m]
kerel 
manmens
gozer
gast 
colleague, confrere, fellow {zn.}
ambtsbroeder [m]
confrater [m] (de ~)
ambtsgenoot
gildebroeder
ambtgenoot [m] (de ~)
kunstbroeder
medebroeder
beau, boyfriend, fellow, swain, young man {zn.}
herdersjongen
blighter, bloke, chap, cuss, fella, feller, fellow, gent, lad {zn.}
dondersteen
beau, boyfriend, fellow, swain, young man {zn.}
boerenjongens (narticle ~)
boerenjongen [m] (de ~)
blighter, bloke, chap, cuss, fella, feller, fellow, gent, lad {zn.}
studiegenoot [m] (de ~)
colleague, confrere, fellow {zn.}
confrère

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

He is by nature a kind fellow.

Hij is van nature een aardige kerel.

What a disagreeable fellow he is!

Wat een onaangename kerel is hij!

He is such a lazy fellow.

Hij is zo een ontzettende luiaard.


Gerelateerd aan fellow-

co- - chap - fellow - guy - person - man - male - bloke - colleague - confrere - beau - boyfriend - swain - young man - blighterco-worker - drover - petrifaction - brandy - educatee