Vertaling van flesh

Inhoud:

Engels
Nederlands
flesh {zn.}
vlees [o] (het ~)
The spirit is willing, but the flesh is weak.
De geest is gewillig, maar het vlees is zwak.
flesh, pulp {zn.}
vlees [o] (het ~)
vruchtvlees [o] (het ~)
anatomy, bod, build, chassis, figure, flesh, form, frame, human body, material body, physical body, physique, shape, soma {zn.}
vlees [o] (het ~)

Gerelateerd aan flesh

pulp - anatomy - bod - build - chassis - figure - form - frame - human body - material body - physical body - physique - shape - somafood - tissue - body