Vertaling van fresh
Inhoud:
Engels
Nederlands
fresh, recent {bn.}
recent
van jonge datum
van recente datum
van jonge datum
van recente datum
fresh, new, novel {bn.}
vers
fresh, unused {bn.}
zeevers
fresh, impertinent, impudent, overbold, sassy, saucy, smart, wise {bn.}
pril
fresh, new, novel {bn.}
zelfbedacht
fris
oorspronkelijk
origineel
geestrijk
fris
oorspronkelijk
origineel
geestrijk
fresh, sweet, unfermented {bn.}
ongegist
fresh, impertinent, impudent, overbold, sassy, saucy, smart, wise {bn.}
koket
fresh, new, novel {bn.}
recent
laatst
vers
jong
nieuw
laatst
vers
jong
nieuw
fresh {bn.}
vers
Voorbeelden in zinsverband
Engels
Nederlands
Eat more fresh vegetables.
Eet meer verse groenten.
She is a teacher fresh from the university.
Ze is een net van de universiteit afgestudeerde lerares.
I went out for a walk to get some fresh air.
Ik ging buiten wandelen om wat frisse lucht in te ademen.