Vertaling van frozen

Inhoud:

Engels
Nederlands
frozen {bn.}
bevroren
frozen {bn.}
onopeisbaar
oninbaar
frozen, rooted, stock-still {bn.}
bewegingsloos
doodstil
frozen, rooted, stock-still {bn.}
stokstijf
to freeze {ww.}
bevriezen
diepvriezen

I have frozen
you have frozen
he/she/it has frozen

ik ben bevroren
jij bent bevroren
hij/zij/het is bevroren
» meer vervoegingen van bevriezen

to block, to bar, to corner, to freeze {ww.}
blokkeren
vastzetten

I have frozen
you have frozen
he/she/it has frozen

ik heb geblokkeerd
jij hebt geblokkeerd
hij/zij/het heeft geblokkeerd
» meer vervoegingen van blokkeren

to freeze {ww.}
bevriezen

I have frozen
you have frozen
he/she/it has frozen

ik ben bevroren
jij bent bevroren
hij/zij/het is bevroren
» meer vervoegingen van bevriezen

to freeze {ww.}
vriezen

he/she/it has frozen
they have frozen
he/she/it had frozen

hij/zij/het heeft gevroren
zij hebben gevroren
hij/zij/het had gevroren
» meer vervoegingen van vriezen

It may freeze next week.
Volgende week gaat het misschien vriezen.
to freeze {ww.}
bevriezen

I have frozen
you have frozen
he/she/it has frozen

ik ben bevroren
jij bent bevroren
hij/zij/het is bevroren
» meer vervoegingen van bevriezen

to freeze {ww.}
bevriezen
dichtvriezen

I have frozen
you have frozen
he/she/it has frozen

ik ben bevroren
jij bent bevroren
hij/zij/het is bevroren
» meer vervoegingen van bevriezen

frigid, frosty, frozen, glacial, icy, wintry {bn.}
ijzig
ijskoud
fixed, frozen {bn.}
diepgevroren
frigid, frosty, frozen, glacial, icy, wintry {bn.}
frigide

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

My computer has frozen.

Mijn computer is vastgelopen.

The children took their ice skates and made for the frozen pond.

De kinderen pakten hun schaatsen en gingen richting de bevroren vijver.


Gerelateerd aan frozen

rooted - stock-still - freeze - block - bar - corner - frigid - frosty - glacial - icy - wintry - fixedimmovable - cold - numb