Vertaling van rooted

Inhoud:

Engels
Nederlands
to root, to ingrain {ww.}
wortel schieten
aanslaan 

I rooted
you rooted
he/she/it rooted

ik sloeg aan
jij sloeg aan
hij/zij/het sloeg aan
» meer vervoegingen van aanslaan

frozen, rooted, stock-still {bn.}
bewegingsloos
doodstil
frozen, rooted, stock-still {bn.}
stokstijf
to root, to rootle, to rout {ww.}
wroeten

I rooted
you rooted
he/she/it rooted

ik wroette
jij wroette
hij/zij/het wroette
» meer vervoegingen van wroeten

to root, to settle, to settle down, to steady down, to take root {ww.}
beklijven

he/she/it rooted
they rooted

hij/zij/het beklijfde
zij beklijfden
» meer vervoegingen van beklijven

to root, to settle, to settle down, to steady down, to take root {ww.}
aarden

I rooted
you rooted
he/she/it rooted

ik aardde
jij aardde
hij/zij/het aardde
» meer vervoegingen van aarden

to root, to rootle, to rout {ww.}
woelen
wroeten

I rooted
you rooted
he/she/it rooted

ik woelde
jij woelde
hij/zij/het woelde
» meer vervoegingen van woelen

to root {ww.}
wortelen
aanslaan
aangaan

I rooted
you rooted
he/she/it rooted

ik sloeg aan
jij sloeg aan
hij/zij/het sloeg aan
» meer vervoegingen van aanslaan


Gerelateerd aan rooted

root - ingrain - frozen - stock-still - rootle - rout - settle - settle down - steady down - take rootimmovable - horn in - remember - adapt oneself - dig - grow