Vertaling van injury

Inhoud:

Engels
Nederlands
injury, wound, lesion {zn.}
wond  [v]
verwonding [v]
kwetsuur [v]
blessure [v]
She took care of his wound.
Ze verzorgde zijn wond.
It will aggravate the wound.
Het zal de wond verergeren.
affront, injury, insult, offence {zn.}
belediging  [v]
krenking [v]
affront [o]
Every insult from Joel is just a hidden compliment.
Elke belediging van Joel is eigenlijk een verborgen compliment.
harm, injury, lesion {zn.}
letsel
kwetsuur [v]
harm, damage, detriment, disadvantage, hurt, injury, loss, shenanigan {zn.}
schade  [v]
nadeel
afbreuk [v]
The storm caused a lot of damage.
De storm veroorzaakte veel schade.
It will damage the crops.
Het zal schade aanrichten aan de oogst.
injury {zn.}
blessure [v] (de ~)
harm, hurt, injury, trauma {zn.}
trauma [o] (het ~)
letsel [o] (het ~)
kwetsuur [v] (de ~)
laesie
verwonding [v] (de ~)

Gerelateerd aan injury

wound - lesion - affront - insult - offence - harm - damage - detriment - disadvantage - hurt - loss - shenanigan - traumaharm - wound