Vertaling van junction

Inhoud:

Engels
Nederlands
junction {zn.}
knoop
knooppunt [o] (het ~)
joining, junction, combination, union, assembly {zn.}
aansluiting  [v]
cross-roads, crossing, intersection, junction, point of intersection {zn.}
kruispunt [o]
kruising [v]
viersprong [m]
wegkruising [v]
Turn right at the intersection.
Sla rechtsaf aan het kruispunt.
combination, joining, junction, union, unification {zn.}
vereniging  [v]
The union of Scotland and England took place in 1706.
De vereniging van Schotland en Engeland vond plaats in 1706.
junction {zn.}
wegkruising
kruispunt [o] (het ~)
snijding
kruising [v] (de ~)
adjunction, junction {zn.}
aansluiting [v] (de ~)