Vertaling van monkey

Inhoud:

Engels
Nederlands
ape, monkey {zn.}
aap  [m]
sim [v]
Hey, look, a three-headed monkey!
Hé, kijk, een driekoppige aap!
A monkey is climbing up a tall tree.
Een aap beklimt een hoge boom.
to mess around, to monkey, to monkey around, to muck about, to muck around, to potter, to putter, to tinker {ww.}
fröbelen
knutselen

I monkey
you monkey
we monkey

ik fröbel
jij fröbelt
wij fröbelen
» meer vervoegingen van fröbelen

to mess around, to monkey, to monkey around, to muck about, to muck around, to potter, to putter, to tinker {ww.}
lappen
zemen

I monkey
you monkey
we monkey

ik lap
jij lapt
wij lappen
» meer vervoegingen van lappen

imp, monkey, rapscallion, rascal, scalawag, scallywag, scamp {zn.}
snotjongen [m] (de ~)
boefje [m] (het ~)
pagadder [m] (de ~)
kwajongen [m] (de ~)
imp, monkey, rapscallion, rascal, scalawag, scallywag, scamp {zn.}
aap
stouterd [m] (de ~)
schobbejak [m] (de ~)
schavuit [m] (de ~)
vlerk [m] (de ~)
blaag [m] (de ~)
ondeugd [m] (de ~)
dondersteen [m] (de ~)
donderstraal
boef [m] (de ~)
doerak [m] (de ~)
bengel [m] (de ~)
apenkop
apekop
stouterik [m] (de ~)
lorejas
vlegel [m] (de ~)
nietdeug
kapoen [m] (de ~)
rakker [m] (de ~)
schooier [m] (de ~)
rekel [m] (de ~)
belhamel [m] (de ~)
deugniet [m] (de ~)
It is easy for a monkey to climb a tree.
In een boom klimmen is voor een aap gemakkelijk.
The twelve animals of the Chinese zodiac come from eleven kinds of animals originating in nature, namely the rat, ox, tiger, rabbit, horse, snake, monkey, rooster, dog…
De twaalf dieren van de Chinese dierenriem komen van elf diersoorten die in de natuur voorkomen, met name de rat, os, tijger, konijn, slang, paard, aap, haan, hond en…
imp, monkey, rapscallion, rascal, scalawag, scallywag, scamp {zn.}
schoffie [m] (het ~)
straatjongen [m] (de ~)
imp, monkey, rapscallion, rascal, scalawag, scallywag, scamp {zn.}
duiveltje
duveltje

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Hey, look, a three-headed monkey!

Hé, kijk, een driekoppige aap!

It is easy for a monkey to climb a tree.

In een boom klimmen is voor een aap gemakkelijk.

A monkey is climbing up a tall tree.

Een aap beklimt een hoge boom.

The twelve animals of the Chinese zodiac come from eleven kinds of animals originating in nature, namely the rat, ox, tiger, rabbit, horse, snake, monkey, rooster, dog and pig, as well as the legendary form of the dragon, and are used as a calendar.

De twaalf dieren van de Chinese dierenriem komen van elf diersoorten die in de natuur voorkomen, met name de rat, os, tijger, konijn, slang, paard, aap, haan, hond en varken, en ook de legendarische draak; ze worden als kalender gebruikt.


Gerelateerd aan monkey

ape - mess around - monkey around - muck about - muck around - potter - putter - tinker - imp - rapscallion - rascal - scalawag - scallywag - scampwork - clean - boy - child - bully