Vertaling van mutter

Inhoud:

Engels
Nederlands
to murmur, to mutter, to babble {ww.}
brommen
mompelen
morren
mummelen
murmelen
ruisen

I mutter
you mutter
we mutter

ik brom
jij bromt
wij brommen
» meer vervoegingen van brommen

to growl, to grumble, to mutter {ww.}
kankeren
mopperen
morren
sputteren

I mutter
you mutter
we mutter

ik kanker
jij kankert
wij kankeren
» meer vervoegingen van kankeren

to maunder, to mumble, to mussitate, to mutter {ww.}
poekelen
krompraten
palaveren
brabbelen

I mutter
you mutter
we mutter

ik poekel
jij poekelt
wij poekelen
» meer vervoegingen van poekelen

to croak, to gnarl, to grumble, to murmur, to mutter {ww.}
fluisteren

I mutter
you mutter
we mutter

ik fluister
jij fluistert
wij fluisteren
» meer vervoegingen van fluisteren

to maunder, to mumble, to mussitate, to mutter {ww.}
murmelen

I mutter
you mutter
we mutter

ik murmel
jij murmelt
wij murmelen
» meer vervoegingen van murmelen

to maunder, to mumble, to mussitate, to mutter {ww.}
mummelen

I mutter
you mutter
we mutter

ik mummel
jij mummelt
wij mummelen
» meer vervoegingen van mummelen

to croak, to gnarl, to grumble, to murmur, to mutter {ww.}
murmureren
morren

I mutter
you mutter
we mutter

ik murmureer
jij murmureert
wij murmureren
» meer vervoegingen van murmureren

to croak, to gnarl, to grumble, to murmur, to mutter {ww.}
knorren

I mutter
you mutter
we mutter

ik knor
jij knort
wij knorren
» meer vervoegingen van knorren

to croak, to gnarl, to grumble, to murmur, to mutter {ww.}
pruttelen

I mutter
you mutter
we mutter

ik pruttel
jij pruttelt
wij pruttelen
» meer vervoegingen van pruttelen

to maunder, to mumble, to mussitate, to mutter {ww.}
brommen

I mutter
you mutter
we mutter

ik brom
jij bromt
wij brommen
» meer vervoegingen van brommen

to maunder, to mumble, to mussitate, to mutter {ww.}
mommelen
mummelen

I mutter
you mutter
we mutter

ik mommel
jij mommelt
wij mommelen
» meer vervoegingen van mommelen

grumble, grumbling, murmur, murmuring, mutter, muttering {zn.}
gepruttel
gemor [o] (het ~)
gemopper
gelamenteer
gebrom
geklaag
grumble, grumbling, murmur, murmuring, mutter, muttering {zn.}
gemekker

Gerelateerd aan mutter

murmur - babble - growl - grumble - maunder - mumble - mussitate - croak - gnarl - grumbling - murmuring - mutteringrustle - chew - grouch - call - crackle - murmur - whimper - sound