Vertaling van narrow

Inhoud:

Engels
Nederlands
narrow {bn.}
bekrompen 
eng 
krap
nauw 
smal
to define, to determine, to narrow, to pinpoint, to state {ww.}
omschrijven
preciseren
nader bepalen

I narrow
you narrow
we narrow

ik omschrijf
jij omschrijft
wij omschrijven
» meer vervoegingen van omschrijven

How would you define "happiness"?
Hoe zou jij "gelukkigheid" omschrijven?
to constrict, to narrow {ww.}
inperken

I narrow
you narrow
we narrow

ik perk in
jij perkt in
wij perken in
» meer vervoegingen van inperken

to narrow, to narrow down, to specialise, to specialize {ww.}
specialiseren

I narrow
you narrow
we narrow

ik specialiseer
jij specialiseert
wij specialiseren
» meer vervoegingen van specialiseren

We specialize in the import of machinery parts.
We specialiseren in het importeren van mechanische onderdelen.
narrow, narrow-minded {bn.}
enggeestig
geborneerd
kleingeestig
benepen
bekrompen
narrow {zn.}
versmalling [v] (de ~)
narrow, narrow-minded {bn.}
nipt
narrow {bn.}
smal
nauw
eng
close, cramped, narrow {bn.}
eng 
krap
nauw 
benauwd 
to contract, to narrow {ww.}
versmallen

I narrow
you narrow
we narrow

ik versmal
jij versmalt
wij versmallen
» meer vervoegingen van versmallen

to nail down, to narrow, to narrow down, to peg down, to pin down, to specify {ww.}
vastpinnen
ophangen

I narrow
you narrow
we narrow

ik pin vast
jij pint vast
wij pinnen vast
» meer vervoegingen van vastpinnen

to contract, to narrow {ww.}
vernauwen
versmallen

I narrow
you narrow
we narrow

ik vernauw
jij vernauwt
wij vernauwen
» meer vervoegingen van vernauwen

minute, narrow {bn.}
haarfijn
minute, narrow {bn.}
dorps
huisbakken
kleinsteeds
provinciaal
enggeestig
geborneerd
kleinzielig
pietluttig