Vertaling van pocket

Inhoud:

Engels
Nederlands
to pocket {ww.}
opstrijken
in zijn zak steken

I pocket
you pocket
we pocket

ik strijk op
jij strijkt op
wij strijken op
» meer vervoegingen van opstrijken

pocket {zn.}
zak [m]
John took a key from his pocket.
John haalde een sleutel uit zijn zak.
What else do you have in your pocket?
Wat hebt ge nog meer op zak?
pocket {zn.}
broekzak [m]
pocket {zn.}
steekzak
pocket, pouch {zn.}
zak [m] (de ~)
draagzak
beurs [m] (de ~)
buidel [m] (de ~)
Reaching into his pocket, Dima pulled out a giant briefcase.
Dima stak zijn hand in zijn zak en haalde er een gigantische aktetas uit.
"How did you fit a briefcase into your pocket?!" the woman asked, stunned.
"Hoe heeft u een aktetas in uw zak gekregen?!" vroeg de vrouw stomverbaasd.
pocket {zn.}
zak [m] (de ~)
pocket, pouch {zn.}
wangzak [m] (de ~)
pocket {zn.}
zakformaat [o] (het ~)
to bag, to pocket {ww.}
rollen

I pocket
you pocket
we pocket

ik rol
jij rolt
wij rollen
» meer vervoegingen van rollen


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

John took a key from his pocket.

John haalde een sleutel uit zijn zak.

What else do you have in your pocket?

Wat hebt ge nog meer op zak?

Reaching into his pocket, Dima pulled out a giant briefcase.

Dima stak zijn hand in zijn zak en haalde er een gigantische aktetas uit.

"How did you fit a briefcase into your pocket?!" the woman asked, stunned.

"Hoe heeft u een aktetas in uw zak gekregen?!" vroeg de vrouw stomverbaasd.


Gerelateerd aan pocket

pouch - bagpocket - fold - storage space - size - steal