Vertaling van right

Inhoud:

Engels
Nederlands
right, to the right {bw.}
naar rechts
rechtsaf
rechtsom
right, right-hand {bn.}
rechter-
rechts
vandehands
right, entitlement {zn.}
recht
bevoegdheid  [v]
You have the right to remain silent.
U hebt het recht om te zwijgen.
We concede your right to this property.
We erkennen je recht op dit onroerend goed.
right, true, correct, sound, valid {bn.}
gegrond
gelijk hebbend
juist 
correct, exact, proper, right, accurate {bn.}
goed 
juist 
recht
of use, suitable, appropriate, apt, due, expedient, right, useful, fitting, applicable {bn.}
bruikbaar
geschikt 
right-angle, square, right {bn.}
haaks
recht
rechthoekig
loodrecht 
correct, right {bn.}
correct 
goed 
juist 
zuiver
exactly, just, okay, right, accurately, correctly, precisely, aright {bw.}
juist 
net
pal
precies 
exact
to correct, to rectify, to right {ww.}
corrigeren
verbeteren

I right
you right
we right

ik corrigeer
jij corrigeert
wij corrigeren
» meer vervoegingen van corrigeren


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

You're right.

Je hebt gelijk.

I'm right.

Ik heb gelijk.

I am right.

Ik heb gelijk.

You are absolutely right.

Je hebt volkomen gelijk.

The man is right.

De man heeft gelijk.

Something is not right.

Iets klopt hier niet.

"That's right", said John.

"Dat klopt", zei John.

God is always right.

God heeft altijd gelijk.

I'll be right back.

Ik ben zo terug.

You're almost right.

Je hebt bijna gelijk.

You're absolutely right.

Je hebt volkomen gelijk.

I'm coming right away.

Ik kom er onmiddellijk aan.

You're perfectly right.

Je hebt helemaal gelijk.

I am right-handed.

Ik ben rechtshandig.

Keep to the right.

Rechts houden.


Gerelateerd aan right

to the right - right-hand - entitlement - true - correct - sound - valid - exact - proper - accurate - of use - suitable - appropriate - apt - duerecoup