Vertaling van sleeping

Inhoud:

Engels
Nederlands
to be asleep, to sleep {ww.}
slapen
pitten
maffen
Go to sleep.
Ga slapen.
I want to sleep.
Ik wil slapen.
dormancy, quiescence, quiescency, sleeping {zn.}
quiëscentie
dormancy, quiescence, quiescency, sleeping {zn.}
rustperiode
to catch some z's, to kip, to log z's, to sleep, to slumber {ww.}
bronzen
to catch some z's, to kip, to log z's, to sleep, to slumber {ww.}
slapen
rusten
meuren
slapend
snurken
pitten
maffen
knorren
keveren
bronzen
I'm trying to sleep.
Ik probeer te slapen.
I couldn't sleep.
Ik kon niet slapen.
to catch some z's, to kip, to log z's, to sleep, to slumber {ww.}
slapen
I have to go to sleep.
Ik moet gaan slapen.


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Is he sleeping?

Slaapt hij?

Are you sleeping, Tom?

Slaap je, Tom?

He's probably sleeping.

Hij slaapt waarschijnlijk.

Let sleeping dogs lie.

Je moet geen slapende honden wakker maken.

He's sleeping like a baby.

Hij slaapt als een roos.

Look at the sleeping baby.

Bekijk de slapende baby.

The cat is sleeping on the chair.

De kat slaapt op de stoel.

The cat is sleeping on the table.

De kat slaapt op tafel.

Alice is sleeping in my room.

Alice slaapt in mijn kamer.

Sleeping on a carpet is great.

Op een tapijt slapen is geweldig.

A sleeping child is like an angel.

Een slapend kind lijkt op een engel.

Tom decided to try sleeping without a pillow.

Tom besloot om zonder kussen proberen te slapen.

"Sleeping in a dumpster, huh?" Al-Sayib asked. "That must have been a smelly experience."

"In een vuilcontainer slapen, hmm?" vroeg Al-Sayib. "Dat zal wel een stinkende gewaarwording geweest zijn."

The old cottage had only one bed, so we all took turns sleeping in it.

Het oude zomerhuis had slechts één bed, daarom sliepen we er om de beurt in.


Gerelateerd aan sleeping

be asleep - sleep - dormancy - quiescence - quiescency - catch some z's - kip - log z's - slumberquiet - phase - color - function