Vertaling van smoke
I smoke
you smoke
we smoke
ik rook
jij rookt
wij roken
» meer vervoegingen van roken
I smoke
you smoke
we smoke
ik rook
jij rookt
wij roken
» meer vervoegingen van roken
I smoke
you smoke
we smoke
ik doorrook
jij doorrookt
wij doorroken
» meer vervoegingen van doorroken
paffen
smoken
roken
oproken
I smoke
you smoke
we smoke
ik damp
jij dampt
wij dampen
» meer vervoegingen van dampen
I smoke
you smoke
we smoke
ik schuif
jij schuift
wij schuiven
» meer vervoegingen van schuiven
I smoke
you smoke
we smoke
ik doorrook
jij doorrookt
wij doorroken
» meer vervoegingen van doorroken
walmen
saffiaantje
damp
Voorbeelden in zinsverband
She does not smoke.
Zij rookt niet.
Care for a smoke?
Wilt ge roken?
Look at that smoke.
Moet je die rook zien.
I neither smoke nor drink.
Ik rook noch drink.
You may not smoke in an elevator.
In een lift moogt ge niet roken.
There is a smoke cloud over the province.
Er hangt een rookwolk over de provincie.
You will live longer if you don't smoke.
Je zal langer leven als je niet rookt.
I hate it when my clothes smell of smoke.
Ik heb er een hekel als als mijn kleren naar rook stinken.
A study reports that 53,000 Americans die each year as a result of secondhand smoke.
Volgens een studie sterven elk jaar 53.000 Amerikanen aan de gevolgen van passief roken.