Vertaling van standing

Inhoud:

Engels
Nederlands
reputation, standing {zn.}
reputatie [v]
faam [v]
naam
roep
Tom has a bad reputation.
Tom heeft een slechte reputatie.
He has a good reputation.
Hij heeft een goede reputatie.
esteem, regard, standing {zn.}
achting  [v]
tel [m]
condition, state, standing, status {zn.}
staat 
gesteldheid [v]
toestand 
constellatie [v]
stand
situatie [v]
You should take account of his mental condition.
Je moet rekening houden met zijn geestelijke gesteldheid.
His condition could have been worse.
Zijn toestand had erger kunnen zijn.
grade, rank, status, station, standing {zn.}
stand
graad 
rang
status
constant, permanent, standing, steadfast, steady {bn.}
constant
bestendig 
aanhoudend 
lasting, continuous, continual, enduring, permanent, steadfast, constant, standing, abiding {bn.}
blijvend
gedurig
vast
voortdurend 
to endure, to put up with, to tolerate, to abide, to brook, to condone, to stand, to stomach {ww.}
aanzien 
dulden
toelaten
tolereren
velen
verdragen 
pikken

I am standing

to stand {ww.}
staan

I am standing

to get up, to rise, to stand, to stand up {ww.}
gaan staan
opstaan

I am standing

to abide, to endure, to bear, to cope, to stand, to withstand {ww.}
uitstaan
uithouden
verdragen 
dulden
doorstaan
harden
I cannot stand this anymore.
Ik kan het niet meer uithouden.
I cannot bear the pain any more.
Ik kan de pijn niet meer uitstaan.
to resist, to withstand, to stand {ww.}
weerstaan
tegenspartelen
tegenstreven
zich verzetten
I can resist everything except temptation.
Ik kan aan alles weerstaan behalve aan verleiding.
My house is designed to withstand an earthquake.
Mijn huis is ontworpen om een aardbeving te weerstaan.
to erect, to establish, to institute, to pitch, to raise, to set, to stand, to set up {ww.}
opslaan
neerzetten
oprichten
vestigen 
to abide, to bear, to carry out, to endure, to put up with, to suffer, to stand, to carry away, to afford {ww.}
uithouden
dragen 
naar buiten brengen
verdragen 
Your research will surely bear fruit.
Je onderzoek zal zeker vruchten dragen.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Who's that man standing over there?

Wie is die man die daar staat?

He is standing on the stage.

Hij staat op het podium.

Who's that woman standing over there?

Wie is die vrouw die daar staat?

Santa Claus was standing in the garden.

De kerstman stond in de tuin.

The man who is standing over there is my father.

De man die daar staat is mijn vader.

Do you know the girl standing by the window?

Ken je het meisje dat aan het raam staat?

Since there wasn't any more room at the table, I had to eat standing up.

Omdat er geen plek meer was aan tafel, moest ik staand eten.

There being no vacant seat in the bus, I kept on standing.

Gezien er geen vrije zitplaatsen waren in de bus bleef ik staan.

When I opened my eyes again, all of a sudden an unknown lady was standing right in front of me.

Toen ik mijn ogen weer open deed, stond er ineens een onbekende dame voor mijn neus.


Gerelateerd aan standing

reputation - esteem - regard - condition - state - status - grade - rank - station - constant - permanent - steadfast - steady - lasting - continuous