Vertaling van teach
I teach
you teach
we teach
ik leer
jij leert
wij leren
» meer vervoegingen van leren
onderwijzen
I teach
you teach
we teach
ik leer
jij leert
wij leren
» meer vervoegingen van leren
I teach
you teach
we teach
ik wen af
jij went af
wij wennen af
» meer vervoegingen van afwennen
onderwijzen
geven
onderrichten
doceren
I teach
you teach
we teach
ik geef les
jij geeft les
wij geven les
» meer vervoegingen van lesgeven
I teach
you teach
we teach
ik leer aan
jij leert aan
wij leren aan
» meer vervoegingen van aanleren
bijbrengen
I teach
you teach
we teach
ik leer
jij leert
wij leren
» meer vervoegingen van leren
Voorbeelden in zinsverband
To teach young children is not easy.
Lesgeven aan jonge kinderen is niet makkelijk.
Teach me how to do that.
Leer mij hoe men dat doet.
Did Mr. Davis come to Japan to teach English?
Is meneer Davis naar Japan gekomen om Engels te onderwijzen?
In 1972, Dr. Francine Patterson started to teach sign language to Koko.
In 1972 begon Dr. Francine Patterson met gebarentaal aan Koko te leren.