Vertaling van learn

Inhoud:

Engels
Nederlands
to learn {ww.}
leren
aanleren

I learn
you learn
we learn

ik leer
jij leert
wij leren
» meer vervoegingen van leren

I want to learn French.
Ik wil graag Frans leren.
We learn English at school.
Wij leren Engels op school.
to find out, to hear, to learn, to perceive {ww.}
horen 
vernemen

I learn
you learn
we learn

ik hoor
jij hoort
wij horen
» meer vervoegingen van horen

Can you hear me?
Kun je me horen?
We often hear you sing.
We horen je vaak zingen.
to master, to learn {ww.}
meester worden
onder de knie krijgen
to hear, to learn {ww.}
vernemen

I learn
you learn
we learn

ik verneem
jij verneemt
wij vernemen
» meer vervoegingen van vernemen


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Live and learn.

Leef en leer.

I learn Turkish.

Ik leer Turks.

I didn't learn anything.

Ik heb niets geleerd.

I learn Czech.

Ik leer Tsjechisch.

I want to learn French.

Ik wil graag Frans leren.

We learn English at school.

Wij leren Engels op school.

Where did you learn that?

Waar heb je dat geleerd?

You must learn from mistakes.

Je moet leren van je eigen fouten.

It is never too late to learn.

Het is nooit te laat om te leren.

Nobody is too old to learn.

Niemand is te oud om te leren.

We've got a lot to learn.

We hebben nog veel te leren.

It's fun to learn a foreign language.

Het is leuk om een vreemde taal te leren.

Russian is very difficult to learn.

Russisch is erg moeilijk te leren.

He wants to learn some English songs.

Hij wil graag wat Engelse liedjes leren.

He wants to learn how to cook.

Hij wil leren koken.


Gerelateerd aan learn

find out - hear - perceive - master