Vertaling van to buy
I buy
you buy
we buy
ik schaf aan
jij schaft aan
wij schaffen aan
» meer vervoegingen van aanschaffen
I buy
you buy
we buy
ik koop
jij koopt
wij kopen
» meer vervoegingen van kopen
I buy
you buy
we buy
ik schaf aan
jij schaft aan
wij schaffen aan
» meer vervoegingen van aanschaffen
I buy
you buy
we buy
ik koop aan
jij koopt aan
wij kopen aan
» meer vervoegingen van aankopen
I buy
you buy
we buy
ik koop om
jij koopt om
wij kopen om
» meer vervoegingen van omkopen
Voorbeelden in zinsverband
I need to buy stamps.
Ik moet postzegels kopen.
Do you plan to buy that car?
Ben je van plan die auto te kopen?
I want to buy a new bicycle.
Ik wil een nieuwe fiets kopen.
I'd like to buy this doll.
Ik zou deze pop graag kopen.
He is rich enough to buy two cars.
Hij is rijk genoeg om twee auto's te kopen.
I can't afford to buy such an expensive car.
Ik kan me niet veroorloven om zo'n dure auto te kopen.
We find it difficult to decide which one to buy.
We vinden het moeilijk om te beslissen welke te kopen.
I'm going to buy a camera for my daughter.
Ik ga een camera voor mijn dochter kopen.
I am going to buy a new car.
Ik ga een nieuwe auto kopen.
He really wants to buy a new motorcycle.
Hij wil echt een nieuwe motor kopen.
I have lost my umbrella somewhere in the park. I have to buy one.
Ik ben mijn paraplu ergens in het park verloren. Ik moet een nieuwe kopen.
"Would you like to buy a suit?" the shopkeeper asked Dima, who brought the smells of the previous night with him as he walked through the door.
"Wilt u een pak kopen?" vroeg de verkoopster aan Dima, die de geuren van de nacht ervoor met zich meebracht toen hij door de deur liep.
It is cheaper to repair the bike than to buy a new one.
Het is goedkoper om de fiets te repareren dan een nieuwe te kopen.