Vertaling van use

Inhoud:

Engels
Nederlands
use {zn.}
gebruik [o]
genot 
Please don't use English.
Gebruik alsjeblieft geen Engels.
The old clock is still in use.
Het oude uurwerk is nog in gebruik.
use, usage, using {zn.}
gebruik [o]
aanwending [v]
Man is the only fire-using animal.
De mens is het enige dier dat gebruik maakt van vuur.
This is the dictionary I use every day.
Dat is het woordenboek dat ik alle dagen gebruik.
to employ, to make use of, to use, to turn to account {ww.}
gebruiken 
benutten 
aanwenden 

I use
you use
we use

ik gebruik
jij gebruikt
wij gebruiken
» meer vervoegingen van gebruiken

May I use this?
Mag ik dit gebruiken?
May I use this pencil?
Mag ik dit potlood gebruiken?
application, employment, use {zn.}
toepassing [v]
aanwending [v]
usefulness, utility, use {zn.}
geschiktheid [v]
bruikbaarheid [v]
application, employment, use {zn.}
toepassing [v]
aanwending [v]
to apply, to employ, to use, to utilise, to utilize {ww.}
verwerken

I use
you use
we use

ik verwerk
jij verwerkt
wij verwerken
» meer vervoegingen van verwerken

to apply, to practice, to use {ww.}
toegepast
toepassen

I use
you use
we use

ik pas toe
jij past toe
wij passen toe
» meer vervoegingen van toepassen

to apply, to employ, to use, to utilise, to utilize {ww.}
beproeven

I use
you use
we use

ik beproef
jij beproeft
wij beproeven
» meer vervoegingen van beproeven

to apply, to employ, to use, to utilise, to utilize {ww.}
behandelen
omgaan
hanteren

I use
you use
we use

ik behandel
jij behandelt
wij behandelen
» meer vervoegingen van behandelen

to expend, to use {ww.}
bedienen

I use
you use
we use

ik bedien
jij bedient
wij bedienen
» meer vervoegingen van bedienen

to apply, to employ, to use, to utilise, to utilize {ww.}
aanwenden
bezigen
nemen
gebruiken
pakken
toepassen

I use
you use
we use

ik wend aan
jij wendt aan
wij wenden aan
» meer vervoegingen van aanwenden



Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Please don't use English.

Gebruik alsjeblieft geen Engels.

May I use this?

Mag ik dit gebruiken?

May I use this pencil?

Mag ik dit potlood gebruiken?

Can I use this bike?

Mag ik deze fiets gebruiken?

Can I use your pencil?

Mag ik jouw potlood gebruiken?

May I use the bathroom?

Mag ik van uw wc gebruikmaken?

You mustn't use my pen.

Je mag mijn pen niet gebruiken.

May I use your toilet?

Mag ik van uw wc gebruikmaken?

The old clock is still in use.

Het oude uurwerk is nog in gebruik.

Can I use your toilet, please?

Mag ik van uw wc gebruikmaken?

Mary doesn't use salt in her cooking.

Mary kookt zonder zout.

It's no use asking me for money.

Het heeft geen zin om me om geld te vragen.

You may always use my dictionary.

Je mag altijd mijn woordenboek gebruiken.

Do you want to use mine?

Wil je de mijne gebruiken?

This is the dictionary I use every day.

Dat is het woordenboek dat ik alle dagen gebruik.


Gerelateerd aan use

usage - using - employ - make use of - turn to account - application - employment - usefulness - utility - apply - utilise - utilize - practice - expendapply - work