Vertaling van use

Inhoud:

Engels
Nederlands
use {zn.}
gebruik [o]
genot 
Please don't use English.
Gebruik alsjeblieft geen Engels.
The old clock is still in use.
Het oude uurwerk is nog in gebruik.
use, usage, using {zn.}
gebruik [o]
aanwending [v]
I am using Twitter.
Ik gebruik Twitter.
I'm using Twitter.
Ik gebruik Twitter.
to employ, to make use of, to use, to turn to account {ww.}
gebruiken 
benutten 
aanwenden 

I use
you use
we use

ik gebruik
jij gebruikt
wij gebruiken
» meer vervoegingen van gebruiken

May I use this?
Mag ik dit gebruiken?
May I use this pencil?
Mag ik dit potlood gebruiken?
application, employment, use {zn.}
toepassing [v]
aanwending [v]
usefulness, utility, use {zn.}
geschiktheid [v]
bruikbaarheid [v]
application, employment, use {zn.}
toepassing [v]
aanwending [v]
to apply, to employ, to use, to utilise, to utilize {ww.}
beproeven

I use
you use
we use

ik beproef
jij beproeft
wij beproeven
» meer vervoegingen van beproeven

to apply, to employ, to use, to utilise, to utilize {ww.}
omgaan
hanteren
behandelen

I use
you use
we use

ik ga om
jij gaat om
wij gaan om
» meer vervoegingen van omgaan

to apply, to employ, to use, to utilise, to utilize {ww.}
verwerken

I use
you use
we use

ik verwerk
jij verwerkt
wij verwerken
» meer vervoegingen van verwerken

to apply, to practice, to use {ww.}
toepassen
toegepast

I use
you use
we use

ik pas toe
jij past toe
wij passen toe
» meer vervoegingen van toepassen

to expend, to use {ww.}
bedienen

I use
you use
we use

ik bedien
jij bedient
wij bedienen
» meer vervoegingen van bedienen

to apply, to employ, to use, to utilise, to utilize {ww.}
aanwenden
bezigen
nemen
gebruiken
pakken
toepassen

I use
you use
we use

ik wend aan
jij wendt aan
wij wenden aan
» meer vervoegingen van aanwenden


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Please don't use English.

Gebruik alsjeblieft geen Engels.

May I use this?

Mag ik dit gebruiken?

May I use this pencil?

Mag ik dit potlood gebruiken?

Can I use this bike?

Mag ik deze fiets gebruiken?

Can I use your pencil?

Mag ik jouw potlood gebruiken?

May I use the bathroom?

Mag ik van uw wc gebruikmaken?

You mustn't use my pen.

Je mag mijn pen niet gebruiken.

May I use your toilet?

Mag ik van uw wc gebruikmaken?

May I use your phone?

Mag ik jouw telefoon gebruiken?

Can I use your dictionary?

Mag ik je woordenboek even?

Can I use your telephone?

Mag ik je telefoon gebruiken?

We use words to communicate.

Wij gebruiken woorden om te communiceren.

Can I use your phone?

Mag ik jouw telefoon gebruiken?

The old clock is still in use.

Het oude uurwerk is nog in gebruik.

Can I use your toilet, please?

Mag ik van uw wc gebruikmaken?


Gerelateerd aan use

usage - using - employ - make use of - turn to account - application - employment - usefulness - utility - apply - utilise - utilize - practice - expendapply - work