Vertaling van years

Inhoud:

Engels
Nederlands
age, long time, years {zn.}
leeftijd [m] (de ~)
She is lying about her age.
Ze liegt over haar leeftijd;
Mary lied about her age.
Mary heeft gelogen over haar leeftijd.
age, eld, geezerhood, old age, years {zn.}
ouderdom [m] (de ~)
levensavond
He died of old age two years ago.
Hij stierf van ouderdom twee jaar geleden.
age, long time, years {zn.}
ouderdom


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Many years went by.

Vele jaren gingen voorbij.

The war lasted two years.

De oorlog duurde twee jaar.

I am 19 years old.

Ik ben 19 jaar.

He died three years ago.

Hij is drie jaar geleden overleden.

I am eighteen years old.

Ik ben achttien jaar oud.

She is five years old.

Ze is vijf jaar.

I am sixteen years old.

Ik ben zestien jaar oud.

He's three years older than I am.

Hij is drie jaar ouder dan ik.

Bill is two years older than I.

Bill is twee jaar ouder dan ik.

I visited Romania a few years ago.

Ik heb Roemenië een aantal jaar geleden bezocht.

He's three years older than me.

Hij is drie jaar ouder dan ik.

She's at most 20 years old.

Ze is hoogstens 20.

Twenty years is a long time.

Twintig jaar is een lange tijd.

She is two years older than you.

Ze is twee jaar ouder dan jij.

His mother died four years later.

Zijn moeder stierf vier jaar later.


Gerelateerd aan years

age - long time - eld - geezerhood - old ageinstant - period - time