Vertaling van de

Inhoud:

Spaans
Nederlands
de {vz.}

aan 
de, desde, por {vz.}
aan 
sedert 
sinds 
van 
vanaf 
door 
met ingang van
de, de entre, desde {vz.}
uit 
van 
op 
dar {ww.}
geven 
verlenen
toekennen
toebrengen
opbrengen
aangeven 
¿Me puede dar dinero?
Kan jij mij wat geld geven?
Nadie pudo dar la respuesta correcta.
Niemand kon het juiste antwoord geven.


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

¡De pie!

Sta op!

De repente dejó de hablar.

Hij stopte plotseling met praten.

Me alegro de verte de nuevo.

Ik ben blij je weer te zien.

No te olvides de acordarme de eso.

Vergeet niet om me daaraan te herinneren.

He dejado de fumar y de beber.

Ik ben gestopt met roken en drinken.

De repente, la alarma de incendios sonó.

Plotseling ging het brandalarm af.

Era de ocho metros de largo.

Het was acht meter lang.

Mi padre murió de cáncer de pulmón.

Mijn vader stierf aan longkanker.

Se trata de oraciones, no de palabras.

Het gaat allemaal om zinnen. Niet woorden.

Me alegro de verte.

Ik ben blij je te zien.

Se acaba de ir.

Hij is net gegaan.

Es difícil de creer.

Het is moeilijk te geloven.

¿Cuándo regresó de Londres?

Wanneer bent u teruggekomen van Londen?

¿De qué hablas?

Waar heb je het over?

Tengo dolor de cabeza.

Ik heb hoofdpijn.


Gerelateerd aan de

desde - por - de entre - dar