Vertaling van bien
Inhoud:
Frans
Nederlands
Il joue très bien.
Hij speelt zeer goed.
Le noir te va bien.
Zwart staat je goed.
Voorbeelden in zinsverband
Frans
Nederlands
Très bien !
Geweldig!
Il joue très bien.
Hij speelt zeer goed.
Je vais bien, merci.
Ik ben in orde, dank je.
Tout va bien.
Alles is prima.
Eh bien, allons-y.
Nou, laten we gaan.
Le noir te va bien.
Zwart staat je goed.
Tout va bien avec lui.
Er is niets mis met hem.
Les choses se présentent bien.
Het ziet er goed uit.
Je ne vais pas bien.
Het gaat mij slecht.
Il parle très bien anglais.
Hij spreekt zeer goed Engels.
Elle sait fort bien chanter.
Zij kan heel goed zingen.
J'invite qui veut bien venir.
Ik nodig iedereen uit die wil komen.
T'entends-tu bien avec ton patron ?
Heb je een goede verstandhouding met je baas?
Il joue très bien au tennis.
Hij speelt zeer goed tennis.
J'aime bien la lumière des bougies.
Ik hou van kaarslicht.