Vertaling van marche
Inhoud:
Frans
Nederlands
marche {zn.}
trede
treeplank
opstap
tree
opstapje
treeplank
opstap
tree
opstapje
marche , promenade en voiture {zn.}
tocht
rit
rit
je marche
il/elle marche
ik loop
hij/zij/het loopt
» meer vervoegingen van lopen
Pouvez-vous marcher ?
Kan je lopen?
Il ne peut plus marcher.
Hij kan niet meer lopen.
La place du marché est le centre historique de la ville.
Het Marktplein is het historische centrum van de stad.
J'ai vu tu-sais-qui au marché, aujourd'hui.
Ik zag je-weet-wel vandaag op de markt.
Depuis des années, il se trouve chaque mardi au marché à son étal de poisson.
Sinds jaar en dag staat hij iedere dinsdagmorgen op de markt met zijn viskraam.
Voorbeelden in zinsverband
Frans
Nederlands
Comment marche cet appareil photo ?
Hoe werkt deze camera?
Le téléviseur ne marche pas.
De tv werkt niet.