Vertaling van secours

Inhoud:

Frans
Nederlands
secours [m] (le ~) {zn.}
EHBO [v]
eerste hulp [v]
aider, assister, secourir {ww.}
helpen 
ter zijde staan
bijstaan 
assisteren 

je secours
tu secours

ik help
jij helpt
» meer vervoegingen van helpen

Puis-je aider ?
Kan ik helpen?
Nous pouvons vous aider.
Wij konnen je helpen.
aider, assister, secourir {ww.}
helpen 
ter zijde staan
bijstaan 
baten 

je secours
tu secours

ik help
jij helpt
» meer vervoegingen van helpen

Venez nous aider.
Kom ons helpen.
Puis-je vous aider ?
Kan ik u helpen?


Gerelateerd aan secours

aider - assister - secourir