Vertaling van wijlen

Inhoud:

Nederlands
Duits
plakken, resideren, verblijf houden, vertoeven, wijlen, verwijlen {ww.}
verweilen
weilen

wij wijlen
jullie wijlen
zij wijlen

wir verweilen
ihr verweilt
sie verweilen
» meer vervoegingen van verweilen

moment, ogenblik, oogwenk, tel [m], tijdstip, wijl (mv. wijlen), wip {zn.}
Moment [m] (der ~)
Augenblick [m] (der ~)
Aardbevingen kunnen zich op elk moment voordoen.
Erdbeben können jeden Augenblick geschehen.
Voor het ogenblik ben ik op dieet.
Ich bin im Moment auf Diät.
aangezien, daar, omdat, vermits, want, wijl (mv. wijlen) {vw.}
da
denn
weil


Gerelateerd aan wijlen

plakken - resideren - verblijf houden - vertoeven - verwijlen - moment - ogenblik - oogwenk - tel - tijdstip - wijl - wip - aangezien - daar - omdat