Vertaling van afstammeling

Inhoud:

Nederlands
Engels
afstammeling [m], kind [o], nakomeling [m], jong [o], loot [v], spruit [v], telg [v] {zn.}
child 
young 
descendant
Tom ziet jong uit.
Tom looks young.
De nacht is nog jong.
The night's still young.
afstammeling [m], nakomeling [m], nazaat {zn.}
successor
descendant
offspring
nakomeling [m] (de ~), afstammeling [m] (de ~), descendent, nazaat [m] (de ~), zoon [m] (de ~), telg [m] (de ~) {zn.}
descendent
descendant

Gerelateerd aan afstammeling

kind - nakomeling - jong - loot - spruit - telg - nazaat - descendent - zoonfamilielid