Vertaling van loot

Inhoud:

Nederlands
Engels
loot, scheut, spruit, uitloper, uitspruitsel {zn.}
sprout
shoot 
afstammeling [m], kind [o], nakomeling [m], jong [o], loot [v], spruit [v], telg [v] {zn.}
child 
young 
descendant
Tom ziet jong uit.
Tom looks young.
De nacht is nog jong.
The night's still young.
aflegger [m], loot {zn.}
layer 
loot [m] (de ~), afzetsel, scheut [m] (de ~), spruit [m] (de ~), uitloper [m] (de ~), lot [o] (het ~), schoot, groei [m] (de ~), rank [m] (de ~), telg [m] (de ~), poot [m] (de ~) {zn.}
shoot
loten {ww.}
to draw lots
loten, verloten {ww.}
to allot

ik loot
jij loot
hij/zij/het loot

I allot
you allot
he/she/it allots
» meer vervoegingen van to allot

koter [m] (de ~), loot, spruit [m] (de ~), kind [m] (het ~) {zn.}
child
kid
Toen het kind de laatste PlayStation-software wilde, gedroeg hij zich als een verwend kind.
When the kid wanted the latest PlayStation software, he acted like a spoiled child.
Kind, raak niet aan de spiegel!
Kid, don't touch the mirror!
loten {ww.}
to draw
to cast

ik loot
jij loot
hij/zij/het loot

I draw
you draw
he/she/it draws
» meer vervoegingen van to draw

loten {ww.}
to cast
to draw

ik loot
jij loot
hij/zij/het loot

I cast
you cast
he/she/it casts
» meer vervoegingen van to cast


Gerelateerd aan loot

scheut - spruit - uitloper - uitspruitsel - afstammeling - kind - nakomeling - jong - telg - aflegger - afzetsel - lot - schoot - groei - ranktak - familielid - beërven - hoop