Vertaling van bad
Inhoud:
Nederlands
Engels
Ik ga een bad nemen.
I'm going to take a bath.
Zij nam toevalligerwijze een bad.
It happened that she was taking a bath.
bad {zn.}
fixing agent
fixer
fixer
bad {zn.}
bath water
bad , badkuip {zn.}
bath
tub
bathtub
bathing tub
tub
bathtub
bathing tub
ik bad
jij bad
hij/zij/het bad
I prayed
you prayed
he/she/it prayed
» meer vervoegingen van to pray
ik bad
jij bad
hij/zij/het bad
I besought
you besought
he/she/it besought
» meer vervoegingen van to beseech
zwembad , zwembassin , bad , bassin {zn.}
swimming pool
swimming bath
natatorium
swimming bath
natatorium
Hij sprong in het zwembad.
He jumped into the swimming pool.
Dit zwembad is geopend voor het publiek.
The swimming pool is open to the public.
smeken, suppliëren, bidden {ww.}
to implore
to pray
to beg
to pray
to beg
ik bad
jij bad
hij/zij/het bad
I implored
you implored
he/she/it implored
» meer vervoegingen van to implore
bidden {ww.}
to pray
ik bad
jij bad
hij/zij/het bad
I prayed
you prayed
he/she/it prayed
» meer vervoegingen van to pray
bidden {ww.}
to hover
ik bad
jij bad
hij/zij/het bad
I hovered
you hovered
he/she/it hovered
» meer vervoegingen van to hover
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Engels
Zij nam toevalligerwijze een bad.
It happened that she was taking a bath.
Neem een bad en ga dan naar bed.
Take a bath and then go to bed.