Vertaling van bergen

Inhoud:

Nederlands
Engels
bergen, insluiten, opbergen, opsluiten, wegbergen {ww.}
to enclose
to stow
to confine
to put away

wij bergen
jullie bergen
zij bergen

we enclose
you enclose
they enclose
» meer vervoegingen van to enclose

bergen, bewaren, opbergen, wegleggen, wegzetten {zn.}
stow away
store
waive
stow
put away
behouden, bergen, redden {ww.}
to rescue 
to save 
to keep 

wij bergen
jullie bergen
zij bergen

we rescue
you rescue
they rescue
» meer vervoegingen van to rescue

Hij kwam mij redden.
He came to my rescue.
Enkel vrede kan de wereld redden.
Only peace can save the world.
bergen {ww.}
to admit
to hold
to accommodate

wij bergen
jullie bergen
zij bergen

we admit
you admit
they admit
» meer vervoegingen van to admit

behouden, bergen, bewaren, conserveren, onderhouden, overhouden {ww.}
to keep 
to store 
to save 
to cache 
to preserve 
to maintain 
to conserve 

wij bergen
jullie bergen
zij bergen

we keep
you keep
they keep
» meer vervoegingen van to keep

Kun je eieren bewaren buiten de koelkast?
Can you keep the eggs outside the fridge?
bergen {ww.}
to scavenge
to salvage
berg (mv. bergen) [m] {zn.}
mountain
mount 
opbergen, stouwen, wegbergen, wegleggen, wegzetten, bergen {ww.}
to archive
to file away

wij bergen

berg [m] (de ~) {zn.}
mountain
mount
Bekijk deze hoge berg.
Look at this high mountain.
Ik ga naar de berg.
I go to the mountain.
hoop [m] (de ~), bende [m] (de ~), berg [m] (de ~), kwak, lading [v] (de ~), massa [m] (de ~), schep, stelletje, stoot [m] (de ~), troep, veelheid [v] (de ~), vracht, zooi [m] (de ~), zwik [m] (de ~), pak [o] (het ~), smak [m] (de ~), bom, bulk [m] (de ~), sjees [m] (de ~), boel [m] (de ~) {zn.}
mountain
lot
mass
sight
pile
peck
passel
deal
tidy sum
spate
plenty
quite a little
flock
heap
hatful
great deal
good deal
pot
mess
raft
mickle
slew
mint
stack
muckle
wad
batch
Hoe hoog is die berg?
How high is that mountain?
We beklommen de steile berg.
We climbed up the steep mountain.
hoop [m] (de ~), berg (mv. bergen), hoopje, stapel, tas [m] (de ~) {zn.}
agglomerate
cumulation
cumulus
heap
mound
pile


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ik was in de bergen.

I was in the mountains.

Tom had zich in de bergen verscholen.

Tom was hiding in the mountains.

De bergen waren overal rondom de stad.

The mountains were all around the city.

Deze zomer zullen we naar de bergen gaan en naar zee.

This summer we'll go to the mountains and to the sea.