Vertaling van beuken

Inhoud:

Nederlands
Engels
afranselen, aftuigen, beuken {ww.}
to pound 
to whack
to thrash

wij beuken
jullie beuken
zij beuken

we pound
you pound
they pound
» meer vervoegingen van to pound

beuken {bn.}
all in
beat
bushed
dead
beuk (mv. beuken) [m] {zn.}
beech 
beuk (mv. beuken) [m], schip [o], ruim {zn.}
nave
bonzen, beuken, bonken, hameren, rammeien, rammen, timmeren, hengsten {ww.}
to ram
to ram down
to pound

wij beuken
jullie beuken
zij beuken

we ram
you ram
they ram
» meer vervoegingen van to ram

beuk (mv. beuken) {zn.}
beech tree
beech
oplawaai [m] (de ~), aai, baffer, beuk (mv. beuken), doodklap, dreun, hijs, kleun, lel [m] (de ~), opdoffer [m] (de ~), opdonder [m] (de ~), oplazer, opsodemieter, opstopper [m] (de ~), optater [m] (de ~), peut, peuter, watjekouw [m] (de ~), ram, poeier [m] (de ~), hengst [m] (de ~), loeier [m] (de ~), opduvel [m] (de ~) {zn.}
wallop

Gerelateerd aan beuken

afranselen - aftuigen - beuk - schip - ruim - bonzen - bonken - hameren - rammeien - rammen - timmeren - hengsten - oplawaai - aai - bafferslaan - klap