Vertaling van consumeren

Inhoud:

Nederlands
Engels
consumeren, slopen, verbruiken, verorberen, verteren {ww.}
to consume 
to use up

wij consumeren
jullie consumeren
zij consumeren

we consume
you consume
they consume
» meer vervoegingen van to consume

nuttigen, ontfermen, nemen, gebruiken, consumeren {ww.}
to take
to have
to consume
to ingest
to take in

wij consumeren
jullie consumeren
zij consumeren

we take
you take
they take
» meer vervoegingen van to take

Ik moet medicijnen gebruiken.
I have to take medicine.
Of moet je de bus nemen?
Or do you have to take the bus?

Gerelateerd aan consumeren

slopen - verbruiken - verorberen - verteren - nuttigen - ontfermen - nemen - gebruikenverplaatsen