Vertaling van nemen

Inhoud:

Nederlands
Engels
aanvatten, nemen, oprapen, pakken, vatten {ww.}
to take 
to get 
to pick up
to lay hold of

wij nemen
jullie nemen
zij nemen

we take
you take
they take
» meer vervoegingen van to take

Je moet de koe bij de horens vatten!
You've got to take the bull by the horns!
Je moet de koe bij de horens vatten.
You must take the bull by the horns.
pikken, vreten, aanvaarden, accepteren, nemen, slikken {ww.}
to accept
to swallow
to live with

wij nemen
jullie nemen
zij nemen

we accept
you accept
they accept
» meer vervoegingen van to accept

We accepteren cheques.
We accept checks.
Ik zal zijn verzoek accepteren.
I will accept his request.
nuttigen, ontfermen, nemen, gebruiken, consumeren {ww.}
to take
to have
to take in
to ingest
to consume

wij nemen
jullie nemen
zij nemen

we take
you take
they take
» meer vervoegingen van to take

Ik moet medicijnen gebruiken.
I have to take medicine.
Of moet je de bus nemen?
Or do you have to take the bus?
verwerven, verkrijgen, winnen, komen, nemen, scheppen {ww.}
to win
to gain
to acquire

wij nemen
jullie nemen
zij nemen

we win
you win
they win
» meer vervoegingen van to win

Welk team zal winnen?
Which team will win?
Hij voorspelde dat ze zou winnen.
He predicted she would win.
weghalen, nemen, wegdoen, wegnemen, verwijderen {ww.}
to take
to remove
to withdraw
to take away

wij nemen
jullie nemen
zij nemen

we take
you take
they take
» meer vervoegingen van to take

Zeep helpt het vuil te verwijderen.
Soap helps remove the dirt.
Laten we de bus nemen.
Let's take the bus.
opvatten, nemen, opnemen {ww.}
to interpret
to see
to construe

wij nemen
jullie nemen
zij nemen

we interpret
you interpret
they interpret
» meer vervoegingen van to interpret

Ik weet niet hoe ik zijn woorden moet opvatten.
I don't know how to interpret his words.
Vertrouwen is het nemen van de eerste stap, zelfs als je niet de hele trap kunt zien.
Faith is taking the first step, even when you don't see the whole staircase.
aanwenden, bezigen, nemen, gebruiken, pakken, toepassen {ww.}
to use
to utilize
to utilise
to employ
to apply

wij nemen
jullie nemen
zij nemen

we use
you use
they use
» meer vervoegingen van to use

Mag ik dit gebruiken?
May I use this?
Mag ik dit potlood gebruiken?
May I use this pencil?
bekennen, nemen, pakken {ww.}
to know
to hump
to have sex
to be intimate
to sleep together
to roll in the hay
to make love
to lie with
to get it on
to fuck
to eff
to do it
to bonk
to bed
to jazz
to get laid
to have a go at it
to love
to have intercourse
to make out
to have it away
to screw
to have it off
to sleep with
to bang

wij nemen
jullie nemen
zij nemen

we know
you know
they know
» meer vervoegingen van to know

We wisten niet welke bus we moesten nemen.
We didn't know which bus we should take.

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Welke krant nemen jullie?

What newspaper do you take?

Geen foto's nemen alsjeblieft.

Please don't take pictures here.

Ik zal deze paraplu nemen.

I'll take this umbrella.

Ze nemen geen belangrijke beslissingen.

They don't decide important matters.

Gedane zaken nemen geen keer.

It is no use crying over spilt milk.

Jullie moeten bus 5 nemen.

You should take the number 5 bus.

Welke trein gaat ge nemen?

Which train are you going to take?

Laten we er één nemen.

Let's get one.

Zal ik de bus nemen?

Should I take the bus?

Laat ons een duikje nemen.

Let's swim.

Laten we de bus nemen.

Let's take the bus.

Ik ga een bad nemen.

I'm going to take a bath.

Laten we een korte pauze nemen.

Let's take a short break.

Ze weigerde het geld te nemen.

She refused to take the money.

Je hoeft geen lunch mee te nemen.

You don't need to carry lunch with you.