Vertaling van pakken

Inhoud:

Nederlands
Engels
pakken, inpakken, verpakken {ww.}
to pack
to package
to wrap up

wij pakken
jullie pakken
zij pakken

we pack
you pack
they pack
» meer vervoegingen van to pack

emballeren, pakken, inpakken {ww.}
to pack
to wrap up

wij pakken
jullie pakken
zij pakken

we pack
you pack
they pack
» meer vervoegingen van to pack

beetnemen, pakken, beetpakken {ww.}
to clutch 
to grapple
to grasp

wij pakken
jullie pakken
zij pakken

we clutch
you clutch
they clutch
» meer vervoegingen van to clutch

beetkrijgen, beetnemen, pakken, vangen, vastpakken, vatten {ww.}
to catch 
to apprehend
to seize 
to grapple
to capture 
to captivate
to trap 
to grab 
to bag 

wij pakken
jullie pakken
zij pakken

we catch
you catch
they catch
» meer vervoegingen van to catch

Katten vangen muizen.
Cats catch mice.
De kat joeg op de muis, maar kon ze niet vangen.
The cat chased the mouse, but couldn't catch it.
kleven, pakken, plakken, elkaar aantrekken {ww.}
to cohere
to cleave
to adhere 
to cling
to stick

wij pakken
jullie pakken
zij pakken

we cohere
you cohere
they cohere
» meer vervoegingen van to cohere

aanvatten, nemen, oprapen, pakken, vatten {ww.}
to take 
to get 
to lay hold of
to pick up

wij pakken
jullie pakken
zij pakken

we take
you take
they take
» meer vervoegingen van to take

Je moet de koe bij de horens vatten!
You've got to take the bull by the horns!
Je moet de koe bij de horens vatten.
You must take the bull by the horns.
laag, pak (mv. pakken) [o] {zn.}
layer 
bed 
stratum
pak (mv. pakken) [o], pakket [o] {zn.}
pack
package
parcel 
dracht [v], gewaad, kostuum, pak (mv. pakken) [o] {zn.}
costume 
outfit
suit 
dress 
pak (mv. pakken) [o] (het ~) {zn.}
suit
suit of clothes
pakket [o] (het ~), pak (mv. pakken) [o] (het ~) {zn.}
package
parcel
pak (mv. pakken) [o] (het ~), pakje [o] (het ~) {zn.}
packet
hoop [m] (de ~), bende [m] (de ~), berg [m] (de ~), kwak, lading [v] (de ~), massa [m] (de ~), schep, stelletje, stoot [m] (de ~), troep, veelheid [v] (de ~), vracht, zooi [m] (de ~), zwik [m] (de ~), pak (mv. pakken) [o] (het ~), smak [m] (de ~), bom, bulk [m] (de ~), sjees [m] (de ~), boel [m] (de ~) {zn.}
batch
deal
flock
good deal
great deal
hatful
heap
lot
mass
mess
mickle
mint
mountain
muckle
passel
peck
pile
plenty
pot
quite a little
raft
sight
slew
spate
stack
tidy sum
wad

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Waar kan ik bus nummer 7 pakken?

Where do I get on the number 7 bus?

"Zou het echt...?" vroeg Dima zich af. "Heb ik eindelijk de goede Al-Sayib te pakken?"

"Could it be...?" Dima wondered. "Did I finally get the right Al-Sayib?"