Vertaling van gebruikt

Inhoud:

Nederlands
Engels
afgewerkt, gebruikt {bn.}
used 
aanwenden, benutten, gebruiken {ww.}
to use 
to turn to account
to make use of
to employ 

jij gebruikt
hij/zij/het gebruikt

you use
he/she/it uses
» meer vervoegingen van to use

Mag ik dit gebruiken?
May I use this?
Mag ik dit potlood gebruiken?
May I use this pencil?
drinken, gebruiken {ww.}
to drink 

jij gebruikt
hij/zij/het gebruikt

you drink
he/she/it drinks
» meer vervoegingen van to drink

Wij drinken alles.
We drink everything.
Echte mannen drinken thee.
Real men drink tea.
bikken, gebruiken, eten, vreten, nuttigen {ww.}
to eat 
to feed 

jij gebruikt
hij/zij/het gebruikt

you eat
he/she/it eats
» meer vervoegingen van to eat

Laten we sushi eten.
Let's eat sushi.
Wanneer kunnen we eten?
When can we eat?
nuttigen, ontfermen, nemen, gebruiken, consumeren {ww.}
to take
to have
to take in
to ingest
to consume

jij gebruikt
hij/zij/het gebruikt

you take
he/she/it takes
» meer vervoegingen van to take

Ik moet medicijnen gebruiken.
I have to take medicine.
Of moet je de bus nemen?
Or do you have to take the bus?
gebruiken {ww.}
to drug
to do drugs

jij gebruikt
hij/zij/het gebruikt

you drug
he/she/it drugs
» meer vervoegingen van to drug

aanwenden, bezigen, nemen, gebruiken, pakken, toepassen {ww.}
to use
to utilize
to utilise
to employ
to apply

jij gebruikt
hij/zij/het gebruikt

you use
he/she/it uses
» meer vervoegingen van to use

Mag ik deze fiets gebruiken?
Can I use this bike?
Mag ik jouw potlood gebruiken?
Can I use your pencil?


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Tom gebruikt twee computers tegelijkertijd.

Tom uses two computers at the same time.

Wat voor soort software gebruikt Tom gewoonlijk?

What kind of software does Tom usually use?

Hoeveel honing gebruikt u voor dit gebak?

How much honey do you use for this pastry?

Het Engels wordt door veel mensen gebruikt.

English is used by many people.

Op deze plek wordt Japanse valuta uitgebreid gebruikt.

Japanese currency is widely used here.

Dit werkwoord wordt gewoonlijk alleen gebruikt in de derde persoon.

This verb is normally used only in the third person.

Weet je ook hoe je een computer gebruikt?

Do you also know how to use a computer?

Hij vroeg haar uit te leggen hoe ze het geld had gebruikt.

He required her to explain how she spent money.

Om dit gerecht te maken heeft ze al haar talenten gebruikt.

She used all her skills making this dish.

Alles wat je zegt kan en zal tegen je gebruikt worden.

Anything you say can and will be used against you.


Gerelateerd aan gebruikt

afgewerkt - aanwenden - benutten - gebruiken - drinken - bikken - eten - vreten - nuttigen - ontfermen - nemen - consumeren - bezigen - pakken - toepassenverplaatsen - aanwenden - nuttigen - verrichten