Vertaling van geslepen

Inhoud:

Nederlands
Engels
sluw, arglistig, doortrapt, geslepen, leep, listig, slinks, link, geraffineerd, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, scherp, schril, snerpend {bn.}
lurid 
sharp 
acrid 
acrimonious
keen 
poignant
waspish
acute 
crafty
cunning
dodgy
foxy
guileful
knavish
slick
sly
tricksy
tricky
wily
aanzetten, slijpen, scherpen, wetten {ww.}
to sharpen 
to quicken
to whet

ik heb geslepen
jij hebt geslepen
hij/zij/het heeft geslepen

I have quickened
you have quickened
he/she/it has quickened
» meer vervoegingen van to quicken

Mag ik mijn potlood scherpen?
May I sharpen my pencil?
slijpen {ww.}
to polish smooth
to grind 

ik heb geslepen
jij hebt geslepen
hij/zij/het heeft geslepen

I have ground
you have ground
he/she/it has ground
» meer vervoegingen van to grind

slijpen {ww.}
to cut 

ik heb geslepen
jij hebt geslepen
hij/zij/het heeft geslepen

I have cut
you have cut
he/she/it has cut
» meer vervoegingen van to cut

slijpen {ww.}
to facet

ik heb geslepen
jij hebt geslepen
hij/zij/het heeft geslepen

I have faceted
you have faceted
he/she/it has faceted
» meer vervoegingen van to facet

boemelen, dweilen, pierewaaien, pintelieren, rinkelrooien, sjouwen, slieren, slijpen, wallebakken, stappen {ww.}
to pub-crawl
to bar hop
slijpen, buikschuiven, schuifelen, slowen {ww.}
to grind

ik heb geslepen
jij hebt geslepen
hij/zij/het heeft geslepen

I have ground
you have ground
he/she/it has ground
» meer vervoegingen van to grind

slijpen {ww.}
to smoothen
to shine
to smooth
to polish

ik heb geslepen
jij hebt geslepen
hij/zij/het heeft geslepen

I have shone; shined
you have shone; shined
he/she/it has shone; shined
» meer vervoegingen van to shine

slijpen, wetten, aanzetten {ww.}
to whet

ik heb geslepen
jij hebt geslepen
hij/zij/het heeft geslepen

I have whetted
you have whetted
he/she/it has whetted
» meer vervoegingen van to whet


Gerelateerd aan geslepen

sluw - arglistig - doortrapt - leep - listig - slinks - link - geraffineerd - bijtend - doordringend - fel - guur - schel - scherp - schrilslim - uitgaan - dansen - gladden - bewerken - slijpen