Vertaling van goal

Inhoud:

Nederlands
Engels
doel [o], goal {zn.}
goal 
goal-mouth
Dit keer is Parijs mijn doel.
This time my goal is Paris.
Zijn doel is het niet, om geld te maken.
His goal is to not earn money.
doelpunt [o], goal {zn.}
goal 
Hij maakte een doelpunt tijdens de verlenging.
He scored a goal during overtime.
doel [o] (het ~), kooi, hok [o] (het ~), goal [m] (de ~) {zn.}
goal
Mary stopt voor niets of niemand om haar doel te bereiken.
Mary will stop at nothing to achieve her goal.
doelpunt [o] (het ~), goal [m] (de ~) {zn.}
score

Gerelateerd aan goal

doel - doelpunt - kooi - hokruimte - voorwerp - punt - doelpaal - doelmond - doellat - doellijn