Vertaling van in de rij zetten

Inhoud:

Nederlands
Engels
in een rij opstellen, in de rij zetten {ww.}
to line 
to align
aannaaien, aanzetten, vastnaaien {ww.}
to sew 
to sew on

wij zetten aan
jullie zetten aan
zij zetten aan

we sew
you sew
they sew
» meer vervoegingen van to sew

achteruitzetten {ww.}
to degrade

wij zetten achteruit
jullie zetten achteruit
zij zetten achteruit

we degrade
you degrade
they degrade
» meer vervoegingen van to degrade

afzetten, uitschakelen, uitzetten {ww.}
to shut off
to stop 
to switch off
to turn off

wij zetten af
jullie zetten af
zij zetten af

we stop
you stop
they stop
» meer vervoegingen van to stop

afzetten, buiten werking stellen, stilzetten, stopzetten {ww.}
to shut off
to stop 
to switch off
to turn off
to disable 

wij zetten af
jullie zetten af
zij zetten af

we stop
you stop
they stop
» meer vervoegingen van to stop

aan de praat krijgen, aanzetten, op gang brengen {ww.}
to put on
to start 
to switch on
to turn on
to activate 
to enable

wij zetten aan
jullie zetten aan
zij zetten aan

we start
you start
they start
» meer vervoegingen van to start

aandoen, aanzetten, inschakelen {ww.}
to turn on

wij zetten aan

afzetten, laten uitstappen {ww.}
to deprive
to dismiss

wij zetten af
jullie zetten af
zij zetten af

we deprive
you deprive
they deprive
» meer vervoegingen van to deprive

afdoen, afleggen, afzetten, uitdoen, uitkrijgen, uittrekken {ww.}
to put off
to take off
to lay 
to put down

wij zetten af
jullie zetten af
zij zetten af

we lay
you lay
they lay
» meer vervoegingen van to lay

afzetten, amputeren, wegsnijden {ww.}
to amputate 

wij zetten af
jullie zetten af
zij zetten af

we amputate
you amputate
they amputate
» meer vervoegingen van to amputate

aanbakken, aanzetten {ww.}
to fur 

wij zetten aan
jullie zetten aan
zij zetten aan

we fur
you fur
they fur
» meer vervoegingen van to fur

aanzetten, aanzetten tot, activeren {ww.}
to actuate
to switch on
to activate 
to turn on
to start 
to put on

wij zetten aan
jullie zetten aan
zij zetten aan

we actuate
you actuate
they actuate
» meer vervoegingen van to actuate

benadrukken, aanzetten, beklemtonen, hameren, tamboereren, onderstrepen, onderlijnen, accentueren, de klemtoon leggen op {ww.}
to accent
to accentuate 
to stress 
to emphasize 
to emphasise
to punctuate

wij zetten aan
jullie zetten aan
zij zetten aan

we accent
you accent
they accent
» meer vervoegingen van to accent

afzetten, doen bezinken {ww.}
to deposit 
to scupper

wij zetten af
jullie zetten af
zij zetten af

we deposit
you deposit
they deposit
» meer vervoegingen van to deposit

afzetten {ww.}
to fleece 

wij zetten af
jullie zetten af
zij zetten af

we fleece
you fleece
they fleece
» meer vervoegingen van to fleece

aanvuren, aanwakkeren, aanzetten, verlevendigen {ww.}
to urge
to stir up
to stimulate 
to inspire
to fire 
to fan

wij zetten aan
jullie zetten aan
zij zetten aan

we urge
you urge
they urge
» meer vervoegingen van to urge

afzetten, beslaan, garneren, stofferen, uitmonsteren {ww.}
to furnish 
to accoutre
to decorate 
to embellish
to deck 
to bedeck
to trim 
to garnish
to fit out

wij zetten af
jullie zetten af
zij zetten af

we furnish
you furnish
they furnish
» meer vervoegingen van to furnish

afzetten, onttronen, van de troon stoten {ww.}
to dethrone
to depose 

wij zetten af
jullie zetten af
zij zetten af

we dethrone
you dethrone
they dethrone
» meer vervoegingen van to dethrone

aanzetten, voordoen {ww.}
to place 
to assign 
to paste 
to apply 
to append
to add 
to put onto
to attach 

wij zetten aan
jullie zetten aan
zij zetten aan

we place
you place
they place
» meer vervoegingen van to place

aanzetten, slijpen, scherpen, wetten {ww.}
to sharpen 
to quicken
to whet

wij zetten aan
jullie zetten aan
zij zetten aan

we quicken
you quicken
they quicken
» meer vervoegingen van to quicken

Mag ik mijn potlood scherpen?
May I sharpen my pencil?
afzetten, snijden {ww.}
to fleece 

wij zetten af
jullie zetten af
zij zetten af

we fleece
you fleece
they fleece
» meer vervoegingen van to fleece