Vertaling van ja zeggen

Inhoud:

Nederlands
Engels
beamen, bevestigen, ja zeggen, toestemmen {ww.}
to say yes
to affirm 
to assent
Ik wil graag ja zeggen, maar...
I'd like to say yes, but...
reciteren, opzeggen, voordragen {ww.}
to declaim
to recite

wij zeggen op
jullie zeggen op
zij zeggen op

we declaim
you declaim
they declaim
» meer vervoegingen van to declaim

rondbrieven, rondvertellen, rondzeggen, uitstrooien {ww.}
to publicize 
herhalen, nazeggen {ww.}
to repeat 
to restate
to say again

wij zeggen na
jullie zeggen na
zij zeggen na

we repeat
you repeat
they repeat
» meer vervoegingen van to repeat

herhalen, doornemen, nazeggen {ww.}
to repeat 
to reenact
to reiterate

wij zeggen na
jullie zeggen na
zij zeggen na

we repeat
you repeat
they repeat
» meer vervoegingen van to repeat

danken, dankzeggen {ww.}
to pray

wij zeggen dank
jullie zeggen dank
zij zeggen dank

we pray
you pray
they pray
» meer vervoegingen van to pray

aanzeggen {ww.}
to declare

wij zeggen aan
jullie zeggen aan
zij zeggen aan

we declare
you declare
they declare
» meer vervoegingen van to declare

bedanken, opzeggen {ww.}
to terminate
to end

wij zeggen op
jullie zeggen op
zij zeggen op

we terminate
you terminate
they terminate
» meer vervoegingen van to terminate

repliceren, responderen, terugzeggen, antwoorden {ww.}
to answer
to respond
to reply

wij zeggen terug
jullie zeggen terug
zij zeggen terug

we answer
you answer
they answer
» meer vervoegingen van to answer

Kan iemand anders antwoorden?
Can anybody else answer?
Ik zal binnen drie dagen antwoorden.
I will answer within three days.
afzeggen, cancellen {ww.}
to delete
to cancel

wij zeggen af
jullie zeggen af
zij zeggen af

we delete
you delete
they delete
» meer vervoegingen van to delete

goedendagzeggen {ww.}
to say farewell

wij zeggen goedendag

nazeggen, herhalen, echoën {ww.}
to ingeminate
to iterate
to reiterate
to repeat
to restate
to retell

wij zeggen na
jullie zeggen na
zij zeggen na

we iterate
you iterate
they iterate
» meer vervoegingen van to iterate

opzeggen {ww.}
to recite

wij zeggen op
jullie zeggen op
zij zeggen op

we recite
you recite
they recite
» meer vervoegingen van to recite