Vertaling van kar

Inhoud:

Nederlands
Engels
kar [m] (de ~) {zn.}
wheelbarrow
garden cart
lawn cart
barrow
karretje [o], kar, handkar, wagen {zn.}
cart 
trolley
waggon 
chariot
Men moet het paard niet achter de wagen spannen.
Don't put the cart before the horse.
gaan, karren, rijden, varen {ww.}
to go 
to drive 
to ride 
to travel 

ik kar

Ik wil niet rijden.
I don't want to drive.
Laten we naar het meer rijden.
Let's drive to the lake.
karren, rijden, omrijden {ww.}
to ride

ik kar

I ride
» meer vervoegingen van to ride

Ik wil met de fiets rijden omdat ik ver van mijn school woon.
I want to ride a bicycle, because I live far from my school.

Gerelateerd aan kar

karretje - handkar - wagen - gaan - karren - rijden - varen - omrijdenwagen - voortbewegen - verplaatsen