Vertaling van kern-

Inhoud:

Nederlands
Engels
kern-, nucleair {bn.}
nuclear 
essence [v], essentie [v], wezenheid [v], kern [v], wezen [o] {zn.}
gist 
essence
kern [v], pit [v] {zn.}
pith
stone 
heart 
nub
gist 
pit 
nucleus 
kernel
core
kern [v], nucleus {zn.}
nucleus 
kern [m] (de ~), atoomkern [m] (de ~), kerndeeltje {zn.}
nucleus
celkern [m] (de ~), kern, nucleus [m] (de ~) {zn.}
karyon
nucleus
cell nucleus
kern [m] (de ~), hart [o] (het ~) {zn.}
heart
eye
middle
centre
center
Uit het oog, uit het hart.
Far from eye far from heart.
Zijn hart is gebroken.
His heart is broken.
kern [m] (de ~), essentialia, essentie [v] (de ~), grond, hoofdpunt [o] (het ~), hoofdzaak [m] (de ~), hypostase, kernpunt, kwintessens [m] (de ~), zwaartepunt [o] (het ~), wezen [o] (het ~), primaat [o] (het ~), substantie [v] (de ~) {zn.}
sum
pith
substance
nitty-gritty
nub
marrow
meat
inwardness
kernel
heart
heart and soul
gist
essence
core
centre
center
nederzetting [v] (de ~), vestiging [v] (de ~), kern {zn.}
settlement