Vertaling van leer

Inhoud:

Nederlands
Engels
doctrine [v], leer, geloofsleer {zn.}
tenet
doctrine 
leder [o], leer [o] {zn.}
leather 
De schoenen zijn van leer.
The shoes are made of leather.
Mijn nieuwe schoenen zijn gemaakt van leer.
My new shoes are made of leather.
leer [m] (de ~), evangelie [o] (het ~), leerstelsel, theorie [v] (de ~) {zn.}
theory
Ik kan deze theorie niet aanvaarden.
I can't accept this theory.
Ik kan geen enkele fout in haar theorie vinden.
I can't find a single flaw in her theory.
leer [o] (het ~), leder {zn.}
leather
Mijn nieuwe laarzen zijn van echt leer en hebben nogal hoge hakken.
My new boots are made of real leather and have relatively high heels.
bijbrengen, instrueren, leren, scholen {ww.}
to teach 
to instruct 

ik leer

I teach
» meer vervoegingen van to teach

Ik kan je leren vechten.
I can teach you how to fight.
Kun je me leren vliegen?
Can you teach me how to fly?
leren, onderwijzen {ww.}
to teach 

ik leer

I teach
» meer vervoegingen van to teach

Is meneer Davis naar Japan gekomen om Engels te onderwijzen?
Did Mr. Davis come to Japan to teach English?
Dit was om me methodisch te laten leren denken.
This was to teach me to think methodically.
leren, aanleren {ww.}
to learn 

ik leer

I learn
» meer vervoegingen van to learn

ladder [m] (de ~), leer [m] (de ~), trapladder, trapleer {zn.}
ladder
Hij heeft een ladder nodig.
He needs a ladder.
Ze viel van de ladder.
She fell down the ladder.
ondervinden, leren, meenemen, opsteken {ww.}
to learn
to larn
to acquire

ik leer

I learn
» meer vervoegingen van to learn

Ik wil graag Frans leren.
I want to learn French.
Wij leren Engels op school.
We learn English at school.
bijbrengen, leren {ww.}
to instruct
to learn
to teach

ik leer

I instruct
» meer vervoegingen van to instruct



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Leer niet.

Don't study.

Ik leer Tsjechisch.

I learn Czech.

Leef en leer.

Live and learn.

Ik leer Turks.

I learn Turkish.

Ik leer Tsjechisch.

I'm learning Czech.

Ik leer Turks.

I am learning Turkish.

Ik leer Turks.

I'm learning Turkish.

Wat leer je op school?

What are you learning at school?

Wat leer je op school?

What do you learn at school?

De schoenen zijn van leer.

The shoes are made of leather.

Ik leer graag oude talen.

I like to learn old languages.

Mijn nieuwe schoenen zijn gemaakt van leer.

My new shoes are made of leather.

Leer mij hoe men dat doet.

Teach me how to do that.

Ik ben gelukkig, want ik leer wat Nederlands.

I'm happy, cause I'm learning some Dutch.

Vaak leer ik terwijl ik naar muziek luister.

I often study while listening to music.