Vertaling van ook

Inhoud:

Nederlands
Engels
ook, mede, tevens {bw.}
maybe
mayhap
peradventure
perchance
perhaps
possibly
eveneens, evenzeer, mede, ook {bw.}
also 
likewise 
too 
as well
in addition
immers, toch, wel, zeker, ook {bw.}
certainly 
indeed 
surely 
absolutely
decidedly 
definitively

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ook dat is waar.

That's true as well.

Ik ben ook leraar.

I am a teacher, too.

Hij komt ook niet.

He isn't coming, either.

Ook gij, Brutus?

You too, Brutus?

Ook dat is waar.

That's true, too.

Ik ook niet.

Me neither.

Hij spreekt ook Russisch.

He can speak Russian as well.

Hij studeert ook Chinees.

He studies Chinese as well.

Komen zij ook?

Are they coming as well?

Heeft u ook bier?

Have you got any beer?

Hij spreekt ook Frans.

He also speaks French.

Ik wil het ook!

I also want it!

Ik ben ook een toerist.

I'm a tourist too.

Misschien spreekt Jack ook Spaans.

Jack may speak Spanish, too.

Dit is ook een appel.

This is an apple, too.


Gerelateerd aan ook

mede - tevens - eveneens - evenzeer - immers - toch - wel - zeker