Vertaling van ook
mayhap
peradventure
perchance
perhaps
possibly
Voorbeelden in zinsverband
Ook dat is waar.
That's true, too.
Ik ook niet.
Me neither.
Hij spreekt ook Russisch.
He can speak Russian as well.
Hij studeert ook Chinees.
He studies Chinese as well.
Komen zij ook?
Are they coming as well?
Heeft u ook bier?
Have you got any beer?
Hij spreekt ook Frans.
He also speaks French.
Ik wil het ook!
I also want it!
Dit is ook een appel.
This is an apple, too.
Dat zijn mijn ouders ook.
So are my parents.
Jij bent ook een mooie!
You're a nice one!
Kan dat ook anders geformuleerd worden?
Can it be phrased in another way?
Wat hij ook zegt, vertrouw hem niet.
No matter what he says, don't trust him.
Omdat al zijn vrienden ook arm waren.
Because all his friends were poor, too.
In China leert men ook Engels.
English is studied in China, too.