Vertaling van rook

Inhoud:

Nederlands
Engels
damp [m], rook [m] {zn.}
smoke 
Rook je?
Do you smoke?
Ik rook niet.
I don't smoke.
rook [m] (de ~), damp {zn.}
smoke
fume
Ik rook noch drink.
I neither smoke nor drink.
Moet je die rook zien.
Look at that smoke.
geuren, rieken, ruiken {ww.}
to give off an odour
to reek
to smell 

ik rook
jij rook
hij/zij/het rook

I reeked
you reeked
he/she/it reeked
» meer vervoegingen van to reek

ruiken {ww.}
to smell 

ik rook
jij rook
hij/zij/het rook

I smelt; smelled
you smelt; smelled
he/she/it smelt; smelled
» meer vervoegingen van to smell

roken,  {ww.}
to smoke 

ik rook

I smoke
» meer vervoegingen van to smoke

Wilt ge roken?
Care for a smoke?
In een lift moogt ge niet roken.
You may not smoke in an elevator.
roken, smoken {ww.}
to smoke 

ik rook

I smoke
» meer vervoegingen van to smoke

Volgens een studie sterven elk jaar 53.000 Amerikanen aan de gevolgen van passief roken.
A study reports that 53,000 Americans die each year as a result of secondhand smoke.
hooischelf [m] (de ~), hooihoop, hooiklamp, hooimijt [m] (de ~), hooiopper [m] (de ~), hooirook, klamp, schoof [m] (de ~), rook {zn.}
cock
geuren, rieken, ruiken {ww.}
to smell

ik rook
jij rook
hij/zij/het rook

I smelt; smelled
you smelt; smelled
he/she/it smelt; smelled
» meer vervoegingen van to smell

Lelies ruiken zoet.
Lilies smell sweet.
stinken, rieken, meuren {ww.}
to smell

ik rook
jij rook
hij/zij/het rook

I smelt; smelled
you smelt; smelled
he/she/it smelt; smelled
» meer vervoegingen van to smell

Ik heb er een hekel als als mijn kleren naar rook stinken.
I hate it when my clothes smell of smoke.
ruiken {ww.}
to smell

ik rook
jij rook
hij/zij/het rook

I smelt; smelled
you smelt; smelled
he/she/it smelt; smelled
» meer vervoegingen van to smell

roken {ww.}
to cure

ik rook

I cure
» meer vervoegingen van to cure

roken {ww.}
to steam

ik rook

dampen, paffen, smoken, roken, oproken {ww.}
to smoke

ik rook

I smoke
» meer vervoegingen van to smoke



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Rook je?

Do you smoke?

Ik rook noch drink.

I neither smoke nor drink.

Ik rook niet.

I don't smoke.

Moet je die rook zien.

Look at that smoke.

Waar rook is, is vuur.

No smoke without fire.

De kamer rook naar tabak.

The room smelled of tobacco.

Ik heb er een hekel als als mijn kleren naar rook stinken.

I hate it when my clothes smell of smoke.


Gerelateerd aan rook

damp - geuren - rieken - ruiken - roken - - smoken - hooischelf - hooihoop - hooiklamp - hooimijt - hooiopper - hooirook - klamp - schoofmengsel - mijt - afgeven - geuren - waarnemen - klaarmaken - gebruiken - gas - damp