Vertaling van schreeuwen

Inhoud:

Nederlands
Engels
schreeuwen {ww.}
to cry

wij schreeuwen
jullie schreeuwen
zij schreeuwen

we cry
you cry
they cry
» meer vervoegingen van to cry

schreeuwen, roepen {ww.}
to telephone
to ring
to call up
to phone
to call

wij schreeuwen
jullie schreeuwen
zij schreeuwen

we telephone
you telephone
they telephone
» meer vervoegingen van to telephone

balken, blaten, brullen, grommen, hinniken, loeien, schreeuwen {ww.}
to squeal
to vociferate
to moo
to low 
to growl
to whinny
to roar 
to bray
to neigh
to bleat
to bellow 

wij schreeuwen
jullie schreeuwen
zij schreeuwen

we vociferate
you vociferate
they vociferate
» meer vervoegingen van to vociferate

gieren, joelen, roepen, schreeuwen {ww.}
to scream 
to call out
to cry 
to call
to shout 
to cry out

wij schreeuwen
jullie schreeuwen
zij schreeuwen

we cry
you cry
they cry
» meer vervoegingen van to cry

Ik hoorde een vrouw schreeuwen.
I heard a woman scream.
schreeuwen, blèren {ww.}
to scream
to yell
to squall
to shout out
to shout
to hollo
to holler
to cry
to call

wij schreeuwen
jullie schreeuwen
zij schreeuwen

we yell
you yell
they yell
» meer vervoegingen van to yell

schreeuwen {ww.}
to scream
to yell
to squall
to shout out
to shout
to hollo
to holler
to cry
to call

wij schreeuwen
jullie schreeuwen
zij schreeuwen

we yell
you yell
they yell
» meer vervoegingen van to yell

schreeuwen, roepen {ww.}
to shout
schreeuwen {ww.}
to creak
to screak
to screech
to skreak
to squeak
to whine

wij schreeuwen
jullie schreeuwen
zij schreeuwen

we creak
you creak
they creak
» meer vervoegingen van to creak

kreet, roep, schreeuw (mv. schreeuwen) {zn.}
cry 
shout 
call
gil, krijs, schreeuw (mv. schreeuwen) {zn.}
scream 
screech
shout 
yell 
whoop
schreeuw [m] (de ~), roep [m] (de ~) {zn.}
shrieking
shriek
screeching
screech
screaming
scream

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ik hoorde een vrouw schreeuwen.

I heard a woman scream.

Blijkbaar begon haar moeder te schreeuwen.

Evidently her mother started screaming.

Tom begon te schreeuwen als een 15-jarig meisje.

Tom started screaming like a 15 years old girl.

Hou op met schreeuwen, ik smeek het je.

Stop yelling, I beg you.

Ze begon te schreeuwen, en ik liep weg.

She started screaming, and I ran away.


Gerelateerd aan schreeuwen

roepen - balken - blaten - brullen - grommen - hinniken - loeien - gieren - joelen - blèren - kreet - roep - schreeuw - gil - krijsroepen - vragen - schreeuwen - brullen - rauzen - uiten - zingen