Vertaling van staak

Inhoud:

Nederlands
Engels
paal, heipaal, staak {zn.}
pale 
stake 
staak [m] (de ~) {zn.}
pole
staak [m] (de ~) {zn.}
pin
stick
peg
afbreken, opbreken, opheffen, staken, stelpen, stoppen, stopzetten {ww.}
to stop 
to discontinue 
to end 
to halt
to lift 
to prorogue
to quell
to staunch
to abate

ik staak

I stop
» meer vervoegingen van to stop

staken {ww.}
to strike 

ik staak

I strike
» meer vervoegingen van to strike

bonenstaak [m] (de ~), staak, bezemsteel [m] (de ~) {zn.}
clumsy person
paal, staak {zn.}
fesse
fess
tak [m] (de ~), staak [m] (de ~) {zn.}
phratry
sept
kinsfolk
kinfolk
folk
family line
family
staken {ww.}
to strike

ik staak

I strike
» meer vervoegingen van to strike

staken {ww.}
to stop
to break off
to discontinue
to break

ik staak

I stop
» meer vervoegingen van to stop

Ik berichtte hem door middel van een sms dat hij zo spoedig mogelijk zijn werk moest staken.
I reported to him through an SMS that he had to stop his work as soon as possible.
Ik berichtte hem door middel van een sms dat hij zo spoedig mogelijk zijn werk moest staken.
I reported to him by means of an SMS that he had to stop his work as soon as possible.
staken {ww.}
to strike

ik staak

I strike
» meer vervoegingen van to strike


Gerelateerd aan staak

paal - heipaal - afbreken - opbreken - opheffen - staken - stelpen - stoppen - stopzetten - bonenstaak - bezemsteel - takstok - onderdaan - persoon - haal - deel - protesteren - beëindigen