Vertaling van staken

Inhoud:

Nederlands
Engels
staken {ww.}
to strike 

wij staken
jullie staken
zij staken

we strike
you strike
they strike
» meer vervoegingen van to strike

afbreken, opbreken, opheffen, staken, stelpen, stoppen, stopzetten {ww.}
to stop 
to abate
to staunch
to quell
to prorogue
to lift 
to halt
to end 
to discontinue 

wij staken
jullie staken
zij staken

we stop
you stop
they stop
» meer vervoegingen van to stop

Ik kan het bloeden niet stelpen.
I cannot stop the bleeding.
Je moet stoppen met drinken.
You should stop drinking.
staken {ww.}
to strike
staken {ww.}
to stop
to break off
to discontinue
to break
staken {ww.}
to strike
leggen, steken, plaatsen, stellen, stoppen, zetten, doen {ww.}
to lay down
to place 
to put 
to put down
to lay 
to set 

wij staken
jullie staken
zij staken

we placed
you placed
they placed
» meer vervoegingen van to place

pikken, priemen, prikken, steken {ww.}
to pick 
to stab 
to sting 
to pierce 
to prick
to puncture 
to pique 
to stick 

wij staken
jullie staken
zij staken

we picked
you picked
they picked
» meer vervoegingen van to pick

indoen, steken, insteken {ww.}
to enter 
to insert
to put in
to input
to sheathe 

wij staken
jullie staken
zij staken

we entered
you entered
they entered
» meer vervoegingen van to enter

paal, heipaal, staak (mv. staken) {zn.}
stake 
pale 
staak [m] (de ~) {zn.}
pole
staak [m] (de ~) {zn.}
pin
stick
peg
tak [m] (de ~), staak [m] (de ~) {zn.}
phratry
sept
kinsfolk
kinfolk
folk
family line
family
bonenstaak [m] (de ~), staak (mv. staken), bezemsteel [m] (de ~) {zn.}
clumsy person
paal, staak (mv. staken) {zn.}
fess
fesse


Gerelateerd aan staken

afbreken - opbreken - opheffen - stelpen - stoppen - stopzetten - leggen - steken - plaatsen - stellen - zetten - doen - pikken - priemen - prikkenprotesteren - beëindigen - stok - onderdaan - deel - persoon - haal