Vertaling van doen
wij doen
jullie doen
zij doen
we make
you make
they make
» meer vervoegingen van to make
wij doen
jullie doen
zij doen
we set
you set
they set
» meer vervoegingen van to set
wij doen
jullie doen
zij doen
we act
you act
they act
» meer vervoegingen van to act
wij doen
jullie doen
zij doen
we act
you act
they act
» meer vervoegingen van to act
wij doen
jullie doen
zij doen
we do
you do
they do
» meer vervoegingen van to do
wij doen
jullie doen
zij doen
we act
you act
they act
» meer vervoegingen van to act
Voorbeelden in zinsverband
Wat moet ik doen?
What am I to do?
Laat ons meer doen.
Let's do more.
Wat moet ik doen?
What do I have to do?
Wat wil je doen?
What do you want to do?
Mijn voeten doen pijn.
My feet hurt.
Ge moet uw best doen.
You must do your best.
Dat zal ik zeker doen.
I'll definitely do that.
Doe wat ge moet doen.
Do what you have to do.
Wat ga je nu doen?
What're you going to do next?
We moeten iets doen, Tom.
We have to do something, Tom.
Laat hem het alleen doen.
Let him do it alone.
Wat ga je vanavond doen?
What are you going to do this evening?
Ik heb veel dingen te doen.
I have many things to do.
Een van ons tweeën moet het doen.
One of the two of us has to do it.
Laten we doen alsof we buitenlanders zijn.
Let's act like we're foreigners.