Vertaling van maken
wij maken
jullie maken
zij maken
we do
you do
they do
» meer vervoegingen van to do
wij maken
jullie maken
zij maken
we create
you create
they create
» meer vervoegingen van to create
wij maken
jullie maken
zij maken
we write
you write
they write
» meer vervoegingen van to write
wij maken
jullie maken
zij maken
we create
you create
they create
» meer vervoegingen van to create
wij maken
jullie maken
zij maken
we make
you make
they make
» meer vervoegingen van to make
wij maken
jullie maken
zij maken
we manufacture
you manufacture
they manufacture
» meer vervoegingen van to manufacture
wij maken
jullie maken
zij maken
we repair
you repair
they repair
» meer vervoegingen van to repair
Voorbeelden in zinsverband
Ga Mary wakker maken.
Go and wake up Mary.
Spinnen maken webben.
Spiders spin webs.
Ik zal u gelukkig maken.
I will make you happy.
U kunt uw eigen maken.
You can make your own.
Wil je een korte wandeling maken?
What do you say to going out for a short walk?
Tom moest een moeilijke keuze maken.
Tom had to make a difficult decision.
Zult ge deze namiddag uw huiswerk maken?
Are you going to do your homework this afternoon?
Ik heb er niks mee te maken.
I've got nothing to do with it.
Je moet geen slapende honden wakker maken.
Let sleeping dogs lie.
Hij is bang fouten te maken.
He's afraid of making mistakes.
Mama is een taart aan het maken.
Mom is making a cake.
Ik heb er niets mee te maken.
I have nothing to do with it.
Hij verstaat de kunst om vrienden te maken.
He knows the art of making friends.
Zou je boterhammen kunnen maken voor de lunch?
Can you make do with sandwiches for lunch?
Waar heb je je nieuwe kostuum laten maken?
Where did you have your new suit made?